Het verlangen naar spetterend vers (7)

In mijn inbox zat een reclamemail van INDEX Poetry Books, een vrij nieuwe, in poëzie gespecialiseerde boekenzaak in Leiden. In deze mail wordt o.a. de nieuwe bundel van Rae Armantrout aangeprezen, Wobble, die onlangs in een hardcover editie verscheen bij Wesleyan. Ik wil deze bundel graag hebben, maar de prijs die INDEX Poetry Books vraagt, € 28,50 exclusief verzendkosten, leek me, de gangbare prijzen voor Engelstalige bundels kennende, aan de hoge kant. Daarom heb ik maar eens wat prijzen vergeleken:

EB8973C9-5F59-42B7-A7F1-0724D5006E7D

Ik draag kleinere boekenzaken een warm hart toe en wil best, om ze op de been te houden, een eurootje extra voor een boek betalen, maar een verschil van bijna € 10 (ruim 30%) vind ik te veel. Als ik de hardcover editie koop, dan doe ik dat bij amazon.de, maar ik denk dat ik, ook met het oog op duurzaamheid, kies voor het e-boek van Amazon (Kindle).

Hoewel ik voor deze rubriek primair op zoek ben naar spetterende verzen schuw ik, zoals u ziet, uitstapjes naar secundaire kwesties niet.

Terug naar Vegters Eiland berg gletsjer waaruit ik nog één gedicht zou willen citeren, omdat het een fraaie opening en een intrigerend slot heeft. Het heet ‘Meten & wegen’ en komt eveneens uit de eerste afdeling (de twee andere afdelingen vind ik van mindere kwaliteit):

METEN & WEGEN

Of het tijd kost Anne Vegter te zijn.
De schotels in de lucht houden, probeer ik.

Ik doe natuurlijk maar wat.
Gisteren zei iemand het past of fluit ernaar.

Iemand zei genen van belangstelling
woekeren/denkers willen verspillen!

Het kost niet per se tijd maar het hoofd
(denken aan de liggende jaren, een tegen-

stelling noemen van verlangen) puilt uit.
Lezers zoeken iemand om in uit te rusten.

Dit is een poëticaal gedicht, waarin Vegter nader ingaat op hoe ze gedichten schrijft. En dat blijkt een chaotisch proces van meten & wegen te zijn, waarbij haar geest de neiging heeft om af te dwalen en beslissingen worden genomen op gevoel. Wat gedichten oplevert die, om er in door te kunnen dringen, van lezers inspanning vragen. Geen gemakkelijke poëzie dus. Wat betreft de slotregel: die zou zomaar het resultaat van een ingeving kúnnen zijn, een plotseling bij Vegter opkomende gedachte, die in het geheel paste, zonder inhoudelijk naadloos aan te sluiten bij het voorafgaande, waardoor er volop kan en mag worden gespeculeerd over de strekking van het slot.

Tegen wie spreekt Vegter eigenlijk in dit gedicht? Tegen zichzelf of een (kleiner of groter) gehoor? In het eerste geval ben ik geneigd om de slotregel uit te leggen als een verzuchting (ik zou wel willen dat ik poëzie kon schrijven waarin lezers kunnen uitrusten, maar dat kan ik niet) en in het tweede als een streven (ik wíl poëzie schrijven waarin lezers kunnen uitrusten). Als de eerste regel op een vraagteken zou zijn geëindigd, dan had ik de slotregel geïnterpreteerd als een hardop uitgesproken herhaling van een vraag van iemand uit het gehoor. Nu hel ik over tot een Vegter die in zichzelf praat en wéét dat ze geen lichte verzen schrijft.

Auteur: tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.