Kwam vanochtend het woord energielandschap tegen, gebezigd door een landbouwprofessor om er een ontvolkte landstreek mee aan te duiden, vol zonnepanelen- & windmolenparken en robots & drones die ons voedsel produceren. Ik zag me daar al tussendoor fietsen en werd niet vrolijk van dat beeld. Dacht vervolgens terug aan een ander krantenartikel dat ik gelezen had:

Onderzoeksbureau Peil.nl/Maurice de Hond heeft een enquête gehouden over kernenergie. Op de vraag ‘Bent u ervoor dat in Nederland nieuwe kerncentrales worden gebouwd?’ antwoordde 46 procent positief en 40 procent negatief. 14 procent had geen mening.’

Ik knipte alle overbodige lichten uit en realiseerde me dat we roerige tijden tegemoet gaan.

Het verlangen naar spetterend vers (6)

Hoe ik de bundels uitkies voor deze rubriek? Er zijn twee voorwaarden: (1) ze zijn van 2000 of later en (2) ik heb ze nog niet gelezen. Soms koop ik een bundel, nieuw of tweedehands, maar meestal worden ze van de on- dan wel offline bieb geleend. En krijgen, als recensie-exemplaar bijvoorbeeld (wie?), behoort ook tot de mogelijkheden. De definitieve keuze is voorts vrij willekeurig, lijkt vooral afhankelijk te zijn van mijn humeur.

Van Anne Vegter had ik hier en daar wel wat losse gedichten gelezen, maar Eiland berg gletsjer (2011) is de eerste bundel van haar die ik uitspel. Het moest er maar eens van komen, dacht ik toen ik op ‘leen e-boek’ klikte, ze was toch niet voor niks verkozen tot Dichter des Vaderlands (2013-2017). En wát ik van haar gelezen had, was draaglijk geweest.

En ik moet zeggen, ik raakte al direct bekoord van het openingsgedicht, een ongrijpbaar maar hopeloos poëtisch vers:

IN DE WINTER BUITEN WONEN

We misten je pas toen je vertrek niet langer kon worden uitgesteld.
Later in de dag breaking news dat jij kaarsrecht op de achterbank

en je weigerde elk commentaar. Bestaat daar een woord voor
of zou een auditie je goed doen: er is studioruimte beschikbaar

een piepjonge coach met weetjes. Iedereen is mooi in het licht,
iemand vingert je standpunten en ik kan je bijna aanraken –

vandaag is iedereen trouwens goed in alles beangstigend.
Een paard valt op knieën in de sneeuw, zei je zo vinden ze me.

Zeven regels, de titel niet meegerekend, ter voorbereiding op een overweldigend slotbeeld: een paardmens dat op zijn knieën in de sneeuw valt. Althans dat stond mij onmiddellijk voor de geest. Ook andere zintuigen lijken te worden geprikkeld. Nu eens denk ik kou te voelen, dan weer ruik ik een vleug mest. En om welke reden de ik-figuur ook door de knieën gaat – ter onderwerping? uit eerbied? verslagenheid? verdriet? – het geschiedt met de grootste intensiteit. Deze laatste regel representeert niet alleen, maar laat je ook iets ondervinden, is een ervaring als zodanig. En daar draait, wat mij betreft, poëzie om.

29FE2957-7257-490A-A4D4-7469305D9A33
Leeuwarden, 2018 © Ton van ’t Hof

Auteur: tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s