Het interpreteren van een indicator (diagram plus aanvullende tekst) van het Compendium voor de Leefomgeving (CLO) is niet altijd eenvoudig. Vanochtend publiceerde het CLO er eentje van het verloop van diersoorten in Nederland. Het duurde even voordat ik min of meer begreep wat ik zag en las.

Deze indicator geeft de ‘aantalsontwikkeling’ weer van 84 diersoorten, tussen 1990 en 2016, in Nederlandse natuurgebieden op land.

Het betreft 7 soorten zoogdieren, 48 soorten broedvogels, 5 soorten reptielen en 24 soorten vlinders. Ze zijn geselecteerd op hun ‘mate van voorkomen in verschillende biotopen’ (bos, heide, duinen, half-natuurlijk grasland). Of het dan om de diersoorten met de hoogste aantallen gaat blijft onduidelijk. Ook wordt er geen antwoord gegeven op de vraag of alle of slechts een deel van de Nederlandse natuurgebieden op land in beschouwing zijn genomen.

Dan volgen er nog twee aanwijzingen die van belang zijn voor de interpretatie: (1) ‘Om de indicator te berekenen zijn de jaarlijkse indexcijfers meetkundig gemiddeld over alle soorten. […] Meetkundig middelen betekent dat een halvering van de populatiegrootte van een soort wordt gecompenseerd door de verdubbeling van die van een andere soort.’ (2) ‘Van de soorten die opgenomen zijn in deze indicator zijn er 31 vooruitgaan en 37 achteruit.’

Tussen 1990 en 2016 zijn dus 31 populaties groter geworden, 37 kleiner en 16 gelijk gebleven. Uit het diagram kun je concluderen dat populaties meer af dan toe zijn genomen en dat de grootste klappen tussen 1990 en 2006 zijn gevallen. Daarna stabiliseert de globale situatie zich.

Over specifieke diersoorten laat deze indicator zich niet uit. Er zou zelfs een soort kunnen verdwijnen zonder dat je dat ziet. Wel lees ik dat in bossen een matige toename van populaties heeft plaatsgevonden en dat er in open natuurgebieden sprake is ‘van een afname van 50 procent.’ Als mogelijke verklaringen voor deze afname worden aangehaald: dichtgroei, te hoge stikstofdepositie, verdroging, verminderde dynamiek en te kleine leefgebieden. ‘Klimaatverandering, natuurherstel en natuurontwikkeling zijn waarschijnlijk oorzaken waarom sommige soorten een toename laten zien.’

Oké dan. Optimisten zullen uit deze indicator hoop peuren (‘de boel stabiliseert’) en pessimisten zullen zich bedonderd voelen (‘wat een vaag gelul’). Ik hang er tussenin.

854653CA-5786-4CD8-8DA3-5C8423CBD397

Auteur: tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s