Als ik over mijn eigen leven schrijf of praat, ben ik een gluurder die vertelt wat hij gezien heeft. En als mijn autobiografische schrijfsels al een doel hebben dan zou dat acceptatie kunnen zijn, van mijzelf en de wereld waarin ik leef, en dan niet halfhartig en met pijn en moeite, maar totaal en met vuur.

Thans zie ik iemand die, al zijn leven lang, in weinig tot niets trots is op zichzelf. Die dikwijls angstig is. Cynisch ook. Maar niet onvriendelijk. Eigenwijs soms, maar niet laconiek. Hij kan hiervoor geen diepere oorzaken aanwijzen.

In 1908 waren mijn betovergrootouders, Jacobus Eerden en Margaretha de Bruijn, veertig jaar getrouwd. En ik heb het dan over de ouders van de moeder van mijn grootmoeder van moederskant. Bij die gelegenheid lieten ze zich, vermoedelijk voor hun huis in Millingen aan de Rijn, samen met hun negen kinderen fotograferen. Mijn betovergrootmoeder zit in het midden, haar echtgenoot staat, voor de kijker, links achter haar. Mijn overgrootmoeder, Maria, naar wie mijn moeder is vernoemd, zit, voor de kijker, uiterst rechts.

Mijn grootmoeder, die ik goed heb gekend, had haar pinnige mond, zie ik nu, van mijn betovergrootmoeder.

6428B25D-9A3E-48B1-AC7F-03008B0ED364

Auteur: tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s