Krabbels bij Frédéric Gros’ Wandelen. Een filosofische gids (De Bezige Bij, 2013):

Een man moet zien, voordat hij praat.

Rousseau keek niet alleen maar stelde zichzelf tijdens zijn lange, lange wandelingen ook vragen, en voelde in zichzelf langzaam ‘de tengere en trillende gedaante’ ontwaken van een primitief, wild, onschuldig mens. Waarna hij zijn beroemde tweede Discours schreef.

Wandelen, zeker op oudere leeftijd, kan ook leiden tot loslaten. In wat Gros daarover te zeggen heeft weerklinken oosterse wijsheden:

‘Daarmee bedoel ik: er is niets meer te hopen of te verwachten. Alleen maar leven, het bestaan zijn gang laten gaan. Omdat je niet meer iemand hoeft te zijn, laat je een stroom door je heen spoelen, of liever gezegd, een beekje dat het bestaan in stand houdt.’

Ik herken dit.

Ook Thoreau was een fervent wandelaar: wat hij zag maakte hij tot zijn bezit, beelden, die hij opzij zette ‘voor slechte dagen.’

Kant wandelde elke dag één uur lang, nam altijd dezelfde route door park en stad, bewoog om gezondheidsredenen.

Wandelen = verplichtingen aan je laars lappen.

Wandelen = een verheerlijking van de traagheid, en eenvoud.

Auteur: tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s