Ik heb duizenden boeken gelezen, maar niet eentje van Proust. Wat volgens sommigen een doodzonde is. Niet dat ik niet wilde, maar het is er simpelweg nooit van gekomen. In mijn boekenkast staan wel boeken waarin Proust figureert, waaronder Alain de Bottons How Proust Can Change Your Life, wat ik een alleraardigst werkje vind.

Maar De Botton kent Proust alleen uit boeken terwijl André Gide bij de ziekelijke schrijver op bezoek ging. En verslagen uit eerste hand hebben een meerwaarde. In Gides dagboek uit 1921, opgenomen in Het innerlijk blauw, wordt Proust als volgt beschreven: ‘Hij zegt dat hij soms uren achtereen zijn hoofd niet kan bewegen; hij blijft de hele dag in bed, soms dagen achter elkaar. Nu en dan strijkt hij met de zijkant van zijn hand, die dood lijkt, langs zijn neusvleugels, met vreemd stijve, gespreide vingers, en dat dwangmatige, stumperige gebaar, dat lijkt op dat van een dier of een waanzinnige, is allerakeligst om te zien.’

Fascinerend. Ik heb, geloof ik, in dit geval meer belangstelling voor de schrijver dan voor zijn werk.

Terwijl ik me tijdens de ochtendmeditatie concentreerde op de koelte van de lucht om me heen drong zich plotseling de gedachte op dat ik ‘nooit alleen’ ben en ook niet kan zijn. Nooit alleen. Wel zonder gezelschap maar niet zonder omgeving, zonder dingen om me heen. De wereld waarin ik me bevind kleeft als het ware aan me vast, kan ik niet van me afschudden, maakt deel uit van wat of wie ik ben. Beter andersom: ik behoor bij de wereld. Onverbrekelijk.

Vraag die nu rijst: behoor ik na mijn dood ook nog bij de wereld?

Lees een artikel over de burgeroorlog in Jemen en herken, uit mijn tijd in Afghanistan, het fenomeen ‘nobodies’: mensen die goud geld verdienen aan de heersende toestand van dood en verderf, parasieten:

‘Het constante geweld, de economische ineenstorting, de politieke chaos, de buitenlandse invloeden: er is zoveel mis, zegt [onafhankelijke journalist Mohammed Al-Qadhi]. En vergeet ook niet alle gewone Jemenieten, aan beide kanten van het front, die alleen maar oog hebben voor zichzelf.

Nobodies”, noemt Al-Qadhi ze. Mensen die voorheen niets voorstelden en nu ineens een militie leiden of een of andere politieke positie bekleden. “Ze krijgen veel geld toegespeeld, hebben ineens macht en status. Zij willen dat de oorlog voortduurt.”’

Auteur: tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s