Gisteren verscheen er in de NRC een recensie van mijn laatste bundel Dichter & andere dingen. Recensent Obe Alkema waardeerde de bundel met 5 sterren. Ik heb er een extra glas wijn op gedronken. Dit is wat hij schreef:

ZAGEN AAN HET NEDERLANDSE ZELFBEELD

Dichter en beroepsmilitair Ton van ’t Hof belicht in zijn verzamelde gedichten de recente Nederlandse geschiedenis. Zo zet hij Nederland neer als een land van conflict en strijd.

Dichter & andere dingen, de elfde bundel van dichter en beroepsmilitair Ton van ’t Hof (1959), brengt een eigen selectie uit tien jaar dichterschap samen met nog ongebundeld werk. De inleiding van deze verzamelbundel, geschreven door dichter Frank Keizer, zegt daarover dat deze keuze het mogelijk maakt om het bestaande werk in dialoog te laten treden met het nieuwe(re) werk dat ‘het bekende weer nieuw kan maken’.

Er is natuurlijk sprake van een wisselwerking, want ook het oude oefent invloed uit op het nieuwe. Dat openbaart zich al in het openingsgedicht, afkomstig uit debuutbundel Je komt er wel bovenop, waarin hij clichématige, zelfverheerlijkende en pijnlijke wetenswaardigheden over Nederland tot een schaamlap weeft:

nederland is groot geworden door immigratie
door invloeden van andere culturen
door de aziaten bruut uit te buiten
door een ruimhartig toelatingsbeleid

Van ’t Hof zaagt aan het Nederlandse zelfbeeld door zowel hardnekkige misverstanden te reproduceren als naakte waarheden te tonen. Het selectieve geheugen laat bijvoorbeeld het koloniale verleden vaak achterwege, terwijl Van ’t Hof dat hier en in andere gedichten weer onder de aandacht brengt.

Belangrijk om te weten is dat Van ’t Hof Nederland godzijdank niet als een onproblematische categorie beschouwt, maar als een terrein van conflicten en strijd, zoals Keizer ook opmerkt. Dat is zichtbaar in het meerstemmige ‘nederland is groot’, maar ook in het nieuwe lange gedicht ‘Archieflichamen’, waarin op encyclopedische wijze namen uit Nederlands koloniale verleden opgesomd worden, van ‘COCKBURNE, slecht bewaakt werd, besloot, daarop eene kans te wagen.’ tot ‘WATSON, uit Bombay hadden ingenomen, zich hier meester van het gezag, waaraan men ook de vermindering van den Hollandschen handel moet toeschrijven’.

Afghanistan
Ook onze recente geschiedenis wordt kritisch doorgelicht. In de bundel Aan een ster / she argued vinden Van ’t Hofs ervaringen tijdens zijn uitzending in Afghanistan hun weerslag. Vooral ‘Kamer’, dat slechts gedeeltelijk is opgenomen in de bundel, is grandioos. Van ’t Hof geeft in dit gedicht alle tekst weer die hij in februari 2009 op zijn kamer in Afghanistan tegenkwam. Het resultaat is een aaneenschakeling van banale teksten uit bijvoorbeeld de krant of van medicijn-etiketten. De plaatsgebondenheid van de dichter wordt zo benadrukt: hoe schrijf je over een oorlog die zich voor je ogen voltrekt? Alles om je heen is getuige. Van ’t Hof laat expliciet commentaar achterwege. Triviale teksten geven blijk van een dagelijks leven dat ondanks de oorlog buiten doorgaat en zetten zo de situatie nog meer op scherp. De oorlog echoot hard tussen de post, een editie van het poëzietijdschrift Awater en een Nespresso-reclame.

Keizer noemt het werk van Van ’t Hof een radicale vorm van geschiedschrijving. In zijn werk is er geen sprake van een cover-up. Juist het tegenovergestelde: Van ’t Hof uncovert wat lang verborgen was en situeert dat in het heden: het oude en het nieuwe treden opnieuw in dialoog.

Werkwijze
Dit is het ene aspect dat me zo aantrekt in zijn werk. Aan de andere kant is dat de werkwijze van de dichter: hij houdt zich bezig met ideeën en procedures. Aan veel van zijn gedichten ligt een model ten grondslag. In het geval van ‘Kamer’ was dat het verlangen alle tekst in Van ’t Hofs kamer weer te geven. De bundel Fantastisch dat je dit kan! (2011) is een weergave van het commentaar dat een aantal journalisten uitsprak tijdens de Tour de France in 2010. De achterliggende redenen voor deze tekst lezen we dan weer in ‘Mijn poëzie’, dat een collage is van uitspraken die critici over zijn werk gedaan hebben. De gedichten spreken dus niet alleen over historische zaken, maar ook over elkaar.

Niet alleen het materiaal, maar ook het vormen van dat materiaal bevindt zich altijd op de breuklijn tussen het oude en het nieuwe. De concepten waarvan Van ’t Hof zich bedient, zijn veelal bedacht door anderen. ‘Mijn poëzie’ is gestoeld op My Poetry van David Bromige (1933-2009). ‘Chatten met Jabberwacky’ baseert zich op hetzelfde gedicht van Charles Bernstein (1950). Van ’t Hof put hoofdzakelijk uit de rijke twintigste-eeuwse Amerikaanse poëzie. Hij gebruikt wat er al is om iets nieuws te maken dat op zijn beurt het bekende, de procedure, óók weer nieuw maakt. In dat opzicht heeft zijn werk iets van een archief. Behalve in dialoog te treden met literaire tradities opent Van ’t Hof ook ruimtes om te spreken met de getuigen van de geschiedenis, of die nu van eeuwen terug zijn of nog in het heden rondlopen.

D43CBE25-B630-4DFC-9935-5E518A256DD6

Auteur: tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

One thought on “”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s