28109D08-128B-4274-9DDE-E14D3E66B01EJe kunt het je tegenwoordig haast niet meer voorstellen: dat in 1974 nog in het Olympisch Handvest van het Internationaal Olympisch Comité stond dat de toegestane periode van fulltime training de 30 achtereenvolgende dagen niet overschrijden mocht en in geen geval meer dan 60 dagen in een kalenderjaar bedragen. ‘Wie meer trainde dan 1,2 dagen per week,’ voegt Bert Wagendorp er in zijn essay Vals spel aan toe, ‘was in overtreding en kon worden geschorst.’

Vijftien jaar oud was ik in 1974. Ajax had net driemaal achtereen de Europacup I gewonnen en Jan Janssen had juist zijn professionele wielerloopbaan afgesloten. Winnen was toen allang belangrijker dan deelnemen en de vercommercialisering van de sport had ook haar intrede al gedaan. Het IOC liep met zijn handvest simpelweg wat achter op de feiten. Wat niet wegneemt dat de aard van de sport de afgelopen decennia ingrijpend veranderd is: van spel in industrie. Ik heb het zien gebeuren. Wagendorp zet deze verandering in Vals spel deskundig uiteen. Hij lijkt minder verbolgen dan ik over deze onzalige ontwikkeling. Misschien wel omdat ik zijn uiteindelijke toekomstbeeld – sport als nuttige invulling van onze vrije tijd, als zingeving – niet helemaal deel. Maar dit terzijde.

Auteur: tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s