Ik las het & zag het: de kern van John Ashbery’s poëtica: ‘art is to flee the external world’ – zíjn manier om met de buitenwereld om te gaan. Uit een essay dat hij op achttienjarige leeftijd schreef.
     Naar Rottevalle voor een kilometer of negen. De mist is dik & melkwit. Ik parkeer voor De herberg van Smallingerland, waar we 31 jaar geleden ons huwelijksfeest hielden. Mooi feest, goed huwelijk.
     Als ik de Mûntsgroppe insla sta ik er alleen voor: een nat zandpad waar ijzeren platen overheen zijn gelegd en nauwelijks huizen aan staan. Kaarsrecht en kilometers lang. Ik loop langs weilanden en stoppelvelden en zie af en toe wat schapen staan. Plots schrikt er vlakbij een hert op, rent weg, blijft staan, draait zich om, zoekt oogcontact en begint weer te rennen.
     Ik laat Witveen links liggen en wandel langs De Leien terug, waar honderden ganzen luidkeels opstuiven als ik passeer. Ze zouden eens moeten weten: ik doe geen vlieg kwaad.
     In mijn ‘herinneringen op Facebook’ hervind ik een gedicht dat ik op de kop af vier jaar geleden schreef:

IK ZIT OP KANTOOR, LUISTER NAAR HET FILENIEUWS

Tik ‘file’ en ‘Nietzsche’ in en bemerk dat Google de voorkeur geeft aan betekenis 2: (computer) (gerangschikte) groep gegevens; bestand.

Ik tik ‘rij wachtende voertuigen’ en ‘Nietzsche’ in en lees: Blijf dan staan en rij niet door rood.

Ik beantwoord een e-mail, voel me ongemakkelijk, denk.

We zijn zo graag in de vrije natuur omdat zij geen mening over ons heeft.

Auteur: tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s