Wat nu in mijn leven gebeurt nu beschrijven omdat het straks op mijn blog moet zou, als ik Koos van Zomeren goed interpreteer, volstrekt strijdig zijn met de instelling die nodig is om literatuur te kunnen schrijven. Naast dit tempoverschil is er ook een verschil in instelling tegenover taal. Wie literatuur wil schrijven, zegt Van Zomeren, dient het woord echt zijn werk te laten doen. Hij zou overigens Van Zomeren niet zijn als hij niet toch had geprobeerd – en met succes – van zijn journalistieke werk ook literatuur te maken. Zijn dagelijkse column op de voorpagina van de NRC in de jaren negentig is hier een prachtvoorbeeld van. Welnu, veel pretenties heb ik niet, maar tegen een mooie zin of een aardige gedachte zo af en toe zou ik geen nee zeggen.
     De stad maakt een opgeruimde indruk. Niet netjes maar vrolijk, blij dat de sinterklaasgekte voorbij is. De wind blaast al het krankzinnige wereldnieuws uit mijn overprikkelde hersenen; ik heb vanochtend te lang op allerlei nieuwssites rondgedoold. Gelukkig breekt elke dag opnieuw een onbekend tijdperk aan. Wat zeggen wil: morgen kan alles weer anders zijn. Als ik door de Prinsentuin langs de Noorder Stadsgracht wandel realiseer ik me dat men, een handjevol mensen, nog maar twaalf of dertien eeuwen geleden, vanaf ditzelfde punt over de Middelzee uitkeek, die bij slecht weer in een woest beest kon veranderen. Onder Frankisch bewind werd graan aangevoerd en was de eerste houten kerk verrezen. Vijftig tot zestig voorvaders terug. ‘t Kan verkeren.

DE11BE5D-33C7-459A-8F95-2CFF3EFA3D31.jpeg

‘1 nikkelen kwartje inwerpen’, Sint Frederikssteeg, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof