De dag begint níet goed. Op het strand van het Siberische eiland Wrangel scheuren ijsberen een dode walvis aan stukken. Ze barsten van de honger, kunnen door het uitblijven van het ijs niet van het kale eiland af om op zeehonden te jagen. Ik tel bijna zeventig ijsberen op de krantenfoto. Er zitten veel moeders met jongen bij. Vanwege de opwarming komt het ijs tegenwoordig een maand later aan om zich vervolgens een maand eerder weer terug te trekken. De Wrangelse ijsberen hebben dus twee maanden minder tijd om zich te verdikken. Dat eist slachtoffers. En ik voel me daar medeverantwoordelijk voor.
     Ja, medeverantwoordelijk. Nee, ik ben niet zwaarmoedig. Realiseer me overigens dondersgoed dat ik voor dit soort zielenroerselen tijd heb omdát ik geen kopzorgen heb over het eten op tafel, de kleren aan mijn lijf en het dak boven mijn hoofd. Wat ík aan die opwarming doe? Mijn footprint op deze aardkloot steeds kleiner maken.

Als ik onze walnotenboom vorig jaar had gesnoeid, dan had ik nu niet zulke halsbrekende toeren hoeven uithalen. Hennie houdt de ladder vast terwijl ik op dakgoothoogte takken snoei. Hij heeft het dit jaar wél goed gedaan: ca. twee kilo walnoten, die Hennie, onder mijn ogen, zomaar cadeau doet aan buurman Julius; hé hó!

Na een kop snert toch nog even op de fiets geklommen voor een rondje Wyns. Het weer, waarbij zon en buien elkaar afwisselen, is té mooi voor een wolkenspotter als ik.

Wyns, 2017 © Ton van ‘t Hof