Wandelen en daar, liefst in mooie zinnen, over schrijven; het is een wonderlijke bezigheid. Om half tien vanochtend de auto geparkeerd in Wynjewâld, een Fries dorp dat zuidoost van Drachten ligt. Kort tevoren nog voor een nieuwe gemeenteraad gestemd, op Caroline de Groot, lijsttrekker van de Partij voor de Dieren. Ik zie graag weer wat idealisme terug in de politiek. Van het rampzalige handjeklap van het neoliberalisme moet ik niets hebben.

Het is grijs en zacht. Ik kom enkele scholieren tegen die allemaal gedag zeggen. Tientallen ganzen vliegen over, westwaarts, wellicht zijn ze de weg kwijt of wat in de war. Al gauw loop ik te midden van weilanden over een geasfalteerd laantje met eikenbomen, dat na een kilometer of twee bij een bos uitkomt. Hier gaat het asfalt over in bagger. Daar heb ik geen rekening mee gehouden. Ondanks mijn gespring, gehup en gekikker worden mijn broekspijpen en schoenen smerig en zeiknat. Wat je al niet moet doen om in Petersburg en Moskou te komen! want naar die twee buurtschappen ben ik onderweg.

Een buurtschap is een zeer kleine plaats die wel een naam heeft, maar geen officiële staatkundige status. Petersburg heeft iets meer huizen dan Moskou, dat er zes heeft. Petersburg is gebouwd om een enorme wilg en voor het oudste huis van Moskou staat een oeroude beuk met een borstomvang van wel zes meter. Naar het hoe en waarom van beide plaatsnamen wordt gegist. Als ik Moskou binnen wandel komt een paard-en-wagen me tegemoet, als ik het buurtschap uit ben passeert een oldtimer. Ooit zijn het grote Petersburg en het grote Moskou ook zo klein geweest, bedenk ik me en val op het laatste stuk van de wandeling, door een soort niemandsland, helemaal stil.

Petersburg, Friesland, 2017 © Ton van ‘t Hof

Moskou, Friesland, 2017 © Ton van ‘t Hof