Gisteravond dacht ik nog dat ik mórgen, woensdag de 22e, voor een checkup naar de oncoloog moest. Maar vanochtend tingelde mijn agenda dat ik me vandáag om 12:30 u. diende te melden: eerst bloedafname, dan een uurtje wachten en daarna naar de arts voor de uitslag. Voordeel: een dag minder om me op te naaien. Nadeel: planning in de soep; ik had vanmiddag toch écht iets anders willen gaan doen. Enfin, je moet ook niet te veel op het leven vooruit willen lopen; het komt zoals het komt.

Na het ontbijt eerst boodschappen gehaald, daarna bibliotheekboeken geruild en vervolgens wat gelezen in de nieuwe van Oliver Sacks. Ondertussen voelde ik de spanning in mijn lichaam oplopen. Rationeel gezien weet ik best wel dat mijn bloedwaarden sinds de laatste meting enkele maanden geleden niet heel veel veranderd zullen zijn, maar dat schijn ik dat lijf van me toch niet aan zijn verstand te kunnen peuteren; mijn hart slaat regelmatig over. Wat ik dan maar weer als een positieve vorm van levensdrift beschouw: hij lijkt nog niet van plan te zijn om ermee op te houden.

Dus: bloed laten prikken (door Hennie!), terug naar huis om te lunchen (we wonen op 5 minuten fietsafstand), wederom naar het ziekenhuis, nog drie kwartier gewacht (uitloop spreekuur) en tot slot gehoord dat het bloedbeeld stabiel is gebleven. Pf! Thuis een biertje gepakt en een bad genomen. Daarop, onder het genot van een glas rode wijn, dit bericht getikt. En nu heb ik verschrikkelijk veel zin in een stuk gevulde speculaas!