Ik neem foto’s op het gevoel. Lang heb ik gedacht dat schoonheid steeds voor de prikkeling zorgde, die aanzette tot het schieten van het plaatje. Maar ik twijfel de laatste tijd. Hoe langer ik naar mijn werk kijk, hoe meer ik ervan overtuigd raak dat het schone wel een rol vervult, maar niet de voornaamste. Die is weggelegd voor iets anders, maar wat?

Waar zoekt mijn gevoel naar? Wat wil het vastleggen, waar getuige van zijn?

Behalve op familiekiekjes tref je op mijn foto’s zelden mensen aan. Ik hoef ze er niet bij te hebben. Alles wat we tegenwoordig zien is al door de mens aangeraakt, regelmatig met onzalige gevolgen. Ik stoor me te vaak aan de mensheid.

Vanmiddag las ik in een essay van Jean-Luc Nancy over portretteren iets wat ik met betrekking tot mijn fotografie herkende, drie woorden die Nancy in een totaal ander verband gebruikte: ‘terugkeer naar zichzelf’. Het had iets van een aha-erlebnis. Misschien gun ik stad en land wel een terugkeer naar zichzelf, mogen zij zich in mijn shots loszingen van hun functies en hoeven niets meer te doen dan er simpelweg te zijn.

Ze zo afbeelden dat ze daartoe ook de gelegenheid krijgen, dat is de kunst.

Zoiets. Vooralsnog.

Jan Luykenstraat, Leeuwarden, 2017 © Ton van ‘t Hof