Over de zorg voor zichzelf (3)

‘Wat ben ik?’ is een objectiverende vraag, waarin ‘ik’ objectief – zich bepalend tot de feiten, niet beïnvloed door eigen gevoel of door vooroordelen – wordt voorgesteld of beschouwd.

‘Objectiveren’ heeft in het Nederlands geen antoniem.

In de vraag ‘Wie ben ik?’ wordt ‘ik’ subjectief – betrekking hebbend op, uitgaand van de persoonlijke zienswijze of smaak – voorgesteld of beschouwd.

De staat is geïnteresseerd in wat, niet wie, je bent. Omdat je staatsburger bent. Omdat je belastingplichtige bent. Omdat je verkeersregels kan overtreden. Et cetera.

De meeste individuen zijn geïnteresseerd in wie zij zijn; de vraag naar wat je bent zul je niet zo snel aan jezelf stellen. Toch kan die vraag bijdragen aan zelfinzicht. Hij dwingt je om van buitenaf naar jezelf te kijken, naar wat eigen aan je is als een persoon die beschouwd of behandeld wordt als een object.

Zo ben ik, onder andere, een gewezen militair die met functioneel leeftijdsontslag is en als zodanig nog enkele jaren aanspraak heeft op een uitkering.

Dit antwoord leidt tot nieuwe vragen: Ben ik momenteel, in de huidige situatie, nog van nut voor de staat? Of voor de gemeenschap? Zijn staat en gemeenschap hier synoniem aan elkaar?

Ik ben en blijf een denkend wezen.

(Aantekeningen naar aanleiding van de tweede tekst, Individualisering door politieke technologieën, in Breekbare vrijheid: De politieke ethiek van de zorg voor zichzelf, Michel Foucault, Boom/Parrèsia, ed. 1998.)

Over de zorg voor zichzelf deel 1 & deel 2.