Aanvankelijk word ik stil, daarna boos: ‘Friesland scoort hoog op ranglijst roofvogeldoding,’ kopt de LC vanochtend. Hier, in mijn geliefde gewest, worden jaarlijks gemiddeld 7238 vogels gedood. Wel telt Birdlife International, zo lees ik, gedode roofvogels en trekvogels bij elkaar op, maar het Friese cijfer betreft ‘bijna alleen roofvogeldodingen.’ We perken dus niet alleen hun leefruimte in, maar maken buizerds en haviken ook nog eens doodleuk af. Zowel krant als rapport zijn niet erg duidelijk over de motieven, maar onder de daders lijken zich vooral jagers (uit plezier) en boeren (uit irritatie) op te houden.

Als ik wat google zie ik dat hier helemaal geen sprake van nieuws is, maar een praktijk waar we al jaren van op de hoogte zijn. Die ene politieman die in Friesland belast is met onderzoek naar roofvogeldodingen haalt blijkbaar niets uit. Als ik ga wandelen, trek ik de deur hard achter me dicht; wat weet ik toch eigenlijk verdomd weinig.

Het waait en mot weer eens. Hoezo gemiddeld 7238 vermoorde vogels? Ik heb geen onderbouwing van dit cijfer kunnen achterhalen. En waarom worden de tienduizenden ganzen die we jaarlijks uitroeien niet meegerekend? Omdat dat zogenaamd legaal is? In de buurt van Snakkerburen bezwijkt mijn paraplu aan de gevolgen van een rukwind en in de resterende kilometers word ik kleddernat.

De mens heeft zichzelf in het centrum van de werkelijkheid geplaatst en tot hogere macht uitgeroepen, heerser over alles wat hem omringt. Zo bepaalt hij het lot van planten en dieren. Wat een arrogante kwal.

Snakkerburen, 2017 © Ton van ‘t Hof