Het roer kan nog zesmaal om | Maarten ’t Hart

Leesaantekeningen (1)

De Arbeiderspers, 1984

Het eerste boek dat ik van Maarten ’t Hart (1944) las was De ortolaan, dat in 1984 boekenweekgeschenk was. Daarna ben ik ’t Hart geregeld blijven lezen, de ene keer met meer plezier dan de andere keer. Soms is hij slordig, te gehaast, dan weer geestig en vol overgave. Onlangs kwam ik op boekwinkeltjes.nl Het roer kan nog zesmaal om (De Arbeiderspers, 1984) tegen, ‘Privé-Domein nr. 100′, waarin ’t Hart zijn eerste veertig levensjaren heeft geboekstaafd.

Aan deze biografie gingen 25 boeken vooraf. In zestien jaar tijd. Er zouden er nog tientallen volgen. ’t Hart doet aan veelschrijverij. Ik frons mijn wenkbrauwen dan ook als hij zegt dat schrijven geen ambacht is omdat het zich in drie opzichten onderscheidt van andere werkzaamheden:

Ten eerste: of men nu slagersbestellingen wegbrengt, koppen timmert, tomaten plukt, dan wel op vaste uren onderwijs geeft: er komt een moment dat men klaar is. Maar als men schrijft komt men nooit klaar. Nooit is men geheel tevreden over een geschreven tekst. Men blijft er maar aan veranderen, sleutelen, tot in de drukproef toe. […]

Ten tweede: welk werk men ook doet, men kan het doorgaans gedurende langere tijd achter elkaar doen. Men kan tomaten plukken van ’s morgens half vijf tot half negen en ondertussen ook nog ongestoord aan het bestaan van God twijfelen. Maar schrijven kan men soms, en meestal niet. Daarom doet men allerlei ander werk tussendoor; men hakt hout, men plant grote bonen, men schoffelt in z’n moestuin, en af en toe keert men terug naar de schrijftafel om te merken dat het (nog) niet gaat. […]

Ten derde: het eigenaardige aspect van het schrijven is dat de buitenwereld alles in het werk stelt om het schrijfproces te onderbreken. Niemand belt ooit of laat je per brief ooit weten dat hij of zij graag wil dat je doorgaat met schrijven. Nee, men wil iets anders dan het schrijven zelf: een lezing, een interview, het openen van een tentoonstelling, een signeermiddag, uitgebreid antwoorden op vragen als: ‘Heeft u Mozart persoonlijk gekend?’ en: ‘Waarom schreef u uw boek Een vluggertje met regenwulpen?’

Als we in ogenschouw nemen dat ’t Hart tussen 1971-1984, de periode waarin hij 26 boeken publiceerde, ook nog studeerde, promoveerde en als etholoog werkte, dan weten we zeker dat hij de kunst van het overdrijven uitstekend verstaat. En in dit boek doet hij dat op vermakelijke wijze.

Nadat ik mijn eerste boek had gelezen, wist ik dat ik niets liever wilde dan schrijver worden, terwille van dat ene tastbare resultaat: een boek in handen houden waarop mijn eigen naam gedrukt zou staan.

Ook ’t Harts jaloezie (zo kan hij het succes van vriend Maarten Biesheuvel nauwelijks verkroppen) en moeizame omgang met kritiek laten zich verklaren uit een buitengewone eerzucht.

Sinds die recensie haat ik de criticus Van Deel.

Terwijl ik deze aantekeningen maak, vraag ik me af waarom ik dat doe? En voor wie? En breder: Waarom blog ik eigenlijk? Als protest tegen het verdwijnen? Uit angst voor de vergetelheid? Bloggen is ook jezelf vormen. Uit dit blog richt ik me als het ware op. Oók in deze leesaantekeningen over een boek van Maarten ’t Hart. Ik herken mezelf in zijn eerzucht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s