Van links naar rechts: Robert Duncan, Charles Reznikoff, George Oppen en Carl Rakosi

In 1984 overleed George Oppen op 76-jarige leeftijd aan de gevolgen van alzheimer. Ondanks de Pulitzer Prize voor zijn Of Being Numerous in 1969 werd hij toen hij stierf door het establishment niet als een belangrijk dichter gezien. Dat ligt vandaag de dag toch wel wat anders. Er verschijnt steeds meer secundaire literatuur over Oppens oeuvre, dat hij grotendeels tussen zijn vijftigste en zeventigste levensjaar neerpende, en in 2001 bracht New Directions zijn collected uit.

Oppens poëzie is een poëzie van de bedachtzaamheid, waarin hij het geleefde leven overdenkt en ontdoet van alle onbenulligheden en banaliteiten, om zich vervolgens uit te spreken over wat er dán overblijft.

Na zijn dood vond men 26 papiertjes op zijn bureau of aan de muur geprikt, waarop invallen waren gekrabbeld. Ze zijn allemaal opgenomen in de selected die in 2002 onder redactie van Robert Creeley bij New directions verscheen.

Eén van Oppens invallen verwijst direct naar de ziekte van Alzheimer, die vaak begint met geheugenproblemen, waarna men steeds meer moeite krijgt met alledaagse dingen zoals plannen maken, beslissingen nemen of het volgen van een gesprek. Nu ook mijn moeder tekenen van dementie vertoont, grijpt Oppens ‘gedicht’ me nog meer aan dan het al deed:

Ik merk dat ik alles vergeet
waarover men      spreekt
en de getallen                    (bv.
hoe je je ze voorstelt
———————–
ook de getallen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s