Een jaar had Levison Wood uitgetrokken voor zijn idiote maar ook heroïsche trip: ruim zesduizend kilometer stiefelen langs de langste rivier van de wereld, de Nijl; van haar bron in Rwanda helemaal naar het noorden van Egypte waar zij uitmondt in de Middellandse Zee. Hij zou er uiteindelijk negen maanden over doen, van december 2013 tot augustus 2014.


Van dit avontuur, Walking the Nile, heeft Wood een boek en een vierdelige documentaire gemaakt. Ik kocht het boek nadat ik twee meeslepende delen van de documentaire had gezien.

Wood (1982), die enkele jaren in het Britse leger diende, is een daredevil. Uit een soort maniakaal verlangen dat de meesten van ons vreemd zal zijn gaat hij risicovolle uitdagingen aan. Over zijn motivatie voor deze tocht, die hem in oorlogsgebieden zal brengen, zegt hij in het boek het volgende:

‘I wanted to follow in a great tradition, to achieve something unusual and inspire in others the thirst to do the same. Much of my motivation was selfish, of course – to go on the greatest adventure of my life, to see what people can only dream about and test myself to the limits. But, ultimately, it came down to one thing. The Nile was there, and I wanted to walk it.’

Om allerlei redenen kun je niet overal komen en alles zien in je leven. Kiezen moet je. Als aanvulling daarop kun je reisboeken lezen: die geven je nog een snuf van omgevingen en gemeenschappen die je hoogstwaarschijnlijk nooit uit eigen ondervinding zult leren kennen.

Woods aankomst bij het Victoriameer roept herinneringen bij me op aan een ander boek dat zich in die omgeving afspeelt: Tijs Goldschmidts Darwins Hofvijver (1994), waarin wordt beschreven hoe de Nijlbaars het Victoriameer leegvreet. Ook Wood stipt deze ontwrichting van het ecosysteem even aan, maar beschrijft dan een gebeurtenis die nog gruwelijker is:

‘In May 1994, the first bloated corpses of those Tutsis who had been cast into the river and not been eaten by crocodiles had begun to reach Lake Victoria. […] When the bodies entered the lake in the south they drifted north on the current, forming a gruesome trail of some ten thousand corpses across the lake.’

Bij deze genocide in Rwanda kwamen tussen 500.000 en 1 miljoen mensen om. Wood verwijst hier naar lijken die in de Kagera waren geworpen, een rivier die begint in Rwanda en eindigt in het Oegandese deel van het Victoriameer. Ik wíl daar al niet meer naartoe.

Wat blijft een mens bij? Ongewone ervaringen. Wood maakt plenty bijzondere dingen mee: dorpsbewoners die pronken met een zes meter lange dode python waarin nog een hele geit zit, Oegandese Hell’s Angels die hem de hoofdstad Kampala binnenleiden, een kajakwedstrijd & bierfestival op de Nijl, een babyaapje dat hij redt van verkoop op de markt en enkele dagen met zich meesjouwt, panikerende krokodillen waar hij overheen moet springen, de dood van een journalist die kort met hem meereisde, de geheime dienst van Zuid-Soedan die hem enige tijd vasthoudt, etc.

Ook neemt Wood talrijke ecologische modificaties waar, wat hem op westerse wijze doet verzuchten dat niet conservatisme maar consumentisme de toekomst van Afrika bepaalt. Zo worden loop en daarmee samenhangende leefomgevingen van de Nijl door het toenemende aantal dammen steeds vaker ingrijpend gewijzigd. Aan haar oevers worden nu ook de laatste plukjes oerbos gekapt ten gunste van landbouw. En in een beschermd natuurpark midden in Afrika ziet Wood tot zijn verrassing industriële sporen van zoektochten naar aardolie. Spijtig maar begrijpelijk.


Als Wood bij de grens tussen Oeganda en Zuid-Soedan aankomt, wordt hem eens temeer duidelijk dat oorlog – er wordt op dat moment hevig gevochten in Zuid-Soedan – voor de één ellende betekent en voor de ander domweg big business is. Iets wat ik herken uit mijn tijd in Afghanistan.

‘It wasn’t just Africans, I reflected, as we joined a queue at the checkpoint. Businessmen from all over the world were here to make a quick buck. So were the NGO workers – it was a mistake to believe some of them weren’t here for the money as well. As the traders, merchants and soldiers headed north, the refugees – some in rags, some in shiny new suits – headed south.’

In het plaatsje Bor komt Wood in de frontlinie terecht en als de kogels hem om de oren vliegen realiseert hij zich dat hij niet verder kan. Het is te gevaarlijk. Hij keert terug naar Djoeba, de hoofdstad van Zuid-Soedan, vliegt naar Khartoem, de hoofdstad van Soedan, en pakt een taxi naar de grens tussen Zuid-Soedan en Soedan om vandaar, bijna duizend kilometer ten noorden van Bor, zijn voettocht voort te zetten.

In Soedan bevindt Wood zich ineens in de woestijn en het kost hem enige tijd om aan het landschap te wennen en er de schoonheid van in te zien. Om de tocht door de verzengende hitte vol te kunnen houden, schaft Wood drie dromedarissen aan en huurt, naast zijn gids, nog twee drijvers. Hij loopt, zijn metgezellen zitten regelmatig op de bepakte dromedarissen. Als ze om veiligheidsredenen ver van de Nijl geraken wordt de woestijn ze bijna fataal. Ze maken een misrekening met betrekking tot hun waterverbruik en komen zonder water te zitten. Dat ze op het laatste moment toch nog een bron weten te vinden is puur mazzel.

Na de gastvrije Soedanezen voelt de corruptheid in Egypte aan als een koude douche. Uit iedere toerist, van wie er na de revolutie in 2011 en de protesten en staatsgreep in 2013 niet veel meer over zijn, zal de laatste dollar worden geknepen. Agenten houden Wood voortdurend in de gaten. Nu het einde van de reis in zicht komt begint zijn lichaam hem in de steek te laten. Vooral zijn voeten willen niet meer. Pijnstillers moeten uitkomst bieden.

Bij de piramides van Gizeh, vlak voor hij de Middellandse Zee zal bereiken, maakt Wood de balans op en formuleert met een goed gevoel voor drama de belangrijkse les die hij heeft geleerd gedurende zijn manhaftige reis:

‘Whatever people’s politics or religion, I had been looked after, here and elsewhere. In Sudan and further South it was the normal people that I had met day to day that had shown me te importance of the kindness of strangers, without which I could never have reached this historic place.’

Walking the Nile, Levison Wood, Simon & Schuster, 2015.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s