Als ik naar Schiphol moet, sta ik om 04:30 uur op: om files voor te zijn en bij tijds op m’n werk te verschijnen. Ik loop zo wel wat uren slaap per week mis. Waar je blijkbaar weer van alles van kunt krijgen: concentratiegebrek, lusteloosheid, geprikkeldheid, depressies, hartaanvallen, obesitas, kanker, alzheimer etc.

Lekker dan, dacht ik vanochtend in de auto en herinnerde me een quote die ik van de week las: ‘Tenzij je er heel bewust voor kiest om slapen tot een prioriteit te maken, ga je er namelijk niet voldoende van krijgen.’

Tja … En toen?

Toen volgde de ene gedachte de andere op. Waarom, dacht ik, vindt er in de VS al enkele jaren een heropleving van laatmodernistische dichters plaats (George Oppen, Charles Olson, James Schuyler, Cid Corman, Jack Spicer, Frank O’Hara etc.) en in Nederland niet? Ligt hier een (al dan niet academisch) cultuurverschil aan ten grondslag?

Toen ik me afvroeg welke Nederlandse laatmodernistische dichters weleens voor een heropleving in aanmerking zouden kunnen komen, kwam er geen enkele naam in me op.

Wat me irriteerde.

Toen ik probeerde om ‘laatmodernistische poëzie’ te definiëren, begon ik gevaarlijk te slingeren.

Wat me deed schrikken.

Waarna ik snelheid terugnam, mijn aandacht weer op de weg vestigde en vloekte.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s