Over Cees Nootebooms ‘533: Een dagenboek’

Boek uit (1)

‘Tot op welke leeftijd moet je je om de wereld bekommeren?’ vraagt Cees Nooteboom zich in 533: Een dagenboek af. Nooteboom. Die zich zijn leven lang hééft bekommert om de wereld. Geboren in 1933. Vandaag de dag 83 jaar oud.

img_0925
De openingspagina van het e-boek.

Geen dag- maar een dagenboek: ‘Iets om af en toe iets te behouden uit de stroom van wat je denkt, wat je leest, wat je ziet, zeker geen boek voor bekentenissen.’

Hij wil het in dit boek niet over politiek hebben: ‘Als je al lang geleefd hebt wordt veel onbelangrijk, je hebt veel wereld gezien, je herkent de decors van de gebeurtenissen die je op de televisie ziet omdat je daar hebt rondgelopen.’

Maar toch weet zij binnen te sluipen: ‘Maar de wereld wil nog van alles van je, je hebt je nog lang niet losgemaakt en anderen roepen je terug, ook omdat je vroeger dingen gezegd en geschreven hebt, zo makkelijk kom je niet van jezelf af.’

Lang geleden dat ik een Nooteboom gelezen had. Maar oude liefde roest niet. Zijn geslepen taal, sierlijke wendingen, bedachtzame uiteenzettingen: dat zou ik ook wel willen. Wat ontbreekt mij?

In 533, met op de kaft een cactus, mijmert Nooteboom menigmaal over de cactussen in de tuin van zijn huis op Menorca, waar hij enkele maanden per jaar woont. Nu hij ouder wordt merkt hij dat zijn blik steeds vaker naar zijn directe omgeving afglijdt en zich minder richt op wat er zich aan de horizon afspeelt. Dit natuurlijke proces onderzoekt hij:

‘Het was nooit de bedoeling dat dit een dagboek zou worden, ik wilde naar binnen, niet langer naar buiten. Daar was ik al zo lang, en zo vaak. Het gevoel dat ik eruit verwijderd ben, uit mijn tijd. Met harde hand. Leeftijd is een dubbelzinnig woord. De tijd gaat zijn onherroepelijke gang, maar het leven verandert, en wil aan zijn einde wennen. Daar is niets pathetisch aan, en de tuin is leerzaam.’

Ouder worden, kleiner worden, langzaam uitdoven, zo stelt Nooteboom ons zijn laatste jaren voor. Als hij aan het einde van het boek onder een sterrenhemel stilstaat bij de reis van de ruimtesondes Voyager 1 en 2, die beide in 1977 werden gelanceerd en nog altijd door ons onmetelijk heelal kachelen, weet hij zich zo minuscuul te maken, dat het lijkt of de dood er niet meer toe doet:

‘De Voyager is een nucleaire centrale, en verliest vier watt per jaar. Tegen 2020 moeten we de instrumenten uitschakelen, na 2025 zullen we niet meer genoeg stroom hebben om de wetenschappelijke instrumenten nog te laten werken. Daarna kunnen we alleen nog technische gegevens over de vlucht ontvangen tot 2030. Maar niemand wil de verbinding verbreken.’

533: Een dagenboek, Cees Nooteboom, De Bezige Bij, 1916: via bol.com.

2 thoughts on “Over Cees Nootebooms ‘533: Een dagenboek’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s