Onder ogen zien

Over een gedicht van Yusef Komunyakaa

Eind jaren 90 bezocht ik ‘de muur’ in Washington D.C., waarop ruim 58.000 namen staan van Amerikaanse soldaten die tijdens de Vietnamoorlog sneuvelden of vermist raakten. Ik was net terug van een uitzending in het kader van de Kosovo-crisis. Washington D.C. lag onder een deken van sneeuw. Het zwart granieten monument glinsterde in de winterzon en het geheel maakte een onuitwisbare indruk op me.

the-wall

Yusef Komunyakaa (1941 of 1947) deed in de jaren 60 als militair journalist een ‘tour of duty’ in Zuid-Vietnam, waarvoor hem een ‘Bronze Star’ werd verleend. Enkele jaren later begon hij gedichten te schrijven. In 1988 publiceerde hij de dichtbundel Dien Cai Dau, wat Vietnamees is voor ‘gek hoofd’ of ‘gek in het hoofd’. In deze bundel staat het gedicht ‘Facing It’, waarin Komunyakaa het Vietnam Veterans Memorial bezoekt en dat in de VS behoort tot de meest geciteerde gedichten over de Vietnamoorlog.

ONDER OGEN ZIEN

Mijn zwarte gezicht verschiet,
verstopt zich in het zwarte graniet.
Ik zei dat ik niet zou,
verdomme: Geen tranen.
Ik ben van steen. Ik ben van vlees en bloed.
Mijn sombere reflectie bekijkt me
als een roofvogel, het silhouet van de nacht
leunend op de dageraad. Ik draai
deze kant op – de steen laat me los.
Ik draai die kant op – ik ga
het Vietnam Veterans Memorial
weer binnen, erop vertrouwend
dat het licht verschil maakt.
Ik loop langs de 58.022 namen,
half verwachtend dat ik de mijne vind
in rookkleurige letters.
Ik raak de naam aan van Andrew Johnson;
ik zie de lichtflits van de boobytrap.
Namen flikkeren op de bloes van een vrouw
maar als ze weggaat
blijven de namen op de muur achter.
Penseelstreken flitsen voorbij, de vleugels
van een rode vogel kruisen mijn starende blik.
De lucht. Een vliegtuig in de lucht.
Het beeld van een blanke veteraan zweeft
dichterbij, zijn doffe ogen
kijken door de mijne heen. Ik ben een raam.
Hij heeft zijn rechterarm verloren
binnen in de steen. In de zwarte spiegel
probeert een vrouw namen uit te vegen:
Nee, ze borstelt jongenshaar.

We worden deelgenoot van Komunyakaa’s gedachten, herinneringen, aan Andrew Johnson bijvoorbeeld, een kameraad die in een flits door een boobytrap om het leven kwam. In dit gedicht draait het om rouw en herinneringen, om de wijze waarop de doden de levenden kunnen kwellen, door ze op te zadelen met gevoelens van eenzaamheid, onbegrip of schuld. Er wordt geen politiek standpunt ingenomen.

De Vietnamoorlog heeft aan ruim drie miljoen Vietnamezen het leven gekost.

Stephen Burt bespreekt dit vers in zijn boeiende boek The Poem Is You: Sixty Contemporary American Poems and How to Read Them (The Belknap Press of Harvard University Press, 2016): via bol.com.

Dien Cai Dau, Yusef Komunyakaa, University Press Of New England, 1988: via bol.com.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s