Lijdzame houding

In Elly de Waards bundel De aarde, de aarde neemt de natuur geregeld een plaats in. De ene keer speelt ze een voorname rol, dan weer treedt ze als figurant op. Zowel de levende (fauna en flora) als levenloze (materie, energie, meteorologische en geologische verschijnselen) natuur is belangrijk voor De Waard. Maar waar ik me zorgen maak over de bedreiging ervan door menselijk toedoen, neemt De Waard een berustende houding aan. Zo handelt het gedicht ‘Klimaatverandering’ in tegenstelling tot wat je vandaag de dag zou verwachten níet over de opwarming van de aarde, maar over een weeromslag, waar De Waard klaarblijkelijk op heeft zitten wachten.

KLIMAATVERANDERING

Warm was de herfst en droog, mediterraan
en dat na zo’n moessonzware zomer.

Eergisteravond, na drie keer een volle maan
ononderbroken continentaal, was de wind

opeens gedraaid in zijn normale richting;
de adem van de zee stoof over het land

en ik snoof het zout dat ik gemist had en de geur
van vuur in hout. Eindelijk tijd voor westerstormen

brekende takken, krakende bomen, dwarrelsneeuw
van blad. Het regent nu, wolken

van neerslaand water worden door het bos
geslagen. Ook op de binnenvaart is er

herademing. Rivieren kunnen weer stijgen
boten varen, ladingen verder gedragen.

Natuurlijk, je hoeft het als natuurliefhebber niet steeds over lucht-, water- of horizonvervuiling te hebben, over de uitbreiding van stedelijke gebieden, ontbossing, erosie of de vermarkting van de natuur … maar nooit? Nee, De Waard heeft eerder oog voor de onstuitbare drang van de natuur om zich te manifesteren, te vermenigvuldigen, voort te planten. In het tweeregelige gedicht ‘Na het afscheid [van een iep]’ kwettert ze:

Groeien! schalt het tussen de stammen
Groeien! er is een gat gevallen!

De kringloopwet van de natuur geeft De Waard vertrouwen: alles wat doodgaat wordt met nieuw leven, nieuwe groei bedekt. Haar eenzijdige blik op wat de natuur in beweging zou houden, haar rekenen op het goddelijke motortje, heeft iets romantisch. In het openingsgedicht haalt De Waard het concept van het ecologische evenwicht aan: de neiging van ecosystemen om na een verstoring terug te keren naar de oorspronkelijke toestand. Ze lijkt niet te beseffen dat dit concept, ook wel ‘invisble hand’ theorie genoemd, al langer door ecologen en biologen wordt afgewezen, ten gunste van het inzicht dat de natuur door constante verandering en chaos wordt gedomineerd.

DE TWEE SCHALEN

Ik hoorde een wijs man
laatst zeggen (het was
de dichter Leo Vroman)
det het geen zin heeft
je om je lot te beklagen
omdat de natuur geen
rechtvaardigheid kent.

Ik zou dit graag
preciezer willen. In het
eerste heeft hij gelijk.
Maar de natuur kent
wel degelijk een rechtvaardig
in de zin van, dat zij streeft
naar balans. De weegschaal
van Vrouwe Justitia

draagt bij haar geen
morele waarden, maar
de zwaartekracht
van de aarde en de zuivere
snelheid van het licht.
Zij is het wegen zelf
als het ware: zij trekt recht
maar zij spreekt het niet.

Dit gedicht draagt de boodschap uit dat de natuur zichzelf reguleert, het helemaal zelf afkan. Dat we haar met rust moeten laten. Dan zul je zien dat het goedkomt. Ecologen en biologen weten dat dit onzin is. Deze lijdzame houding van De Waard verklaart ook de afwezigheid van enige ecologische kritiek in deze bundel.

De aarde, de aarde, Elly de Waard, De Harmonie, 2013

Gepubliceerd door

tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s