Het vergaan en verval

Onlangs kreeg ik van een vriend een stapeltje boeken, dat hij bij het opruimen was tegengekomen. Bovenop lag een dichtbundel van Jan Biezen (1942), Het oog van Piranesi, die in 1984 bij Nijgh & Van Ditmar verscheen. Biezen was vooral in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw literair actief, onder andere als bestuurder van ‘Dimensie, stichting voor letterkundige en wetenschappelijke uitgaven’, die in Leiden gevestigd was. Met een afname van 200 genummerde en gesigneerde exemplaren werd de uitgave van Het oog van Piranesi door deze stichting mogelijk gemaakt. Je moet jezelf kietelen, een ander doet het niet.

Uit twintig middelmatige gedichten rijst het beeld op van een ouwelijke man, die halfweg de reistocht van zijn leven door het oog van Piranesi ‘het vergaan en verval’ bepeinst. De Italiaanse graficus Giovanni Battista Piranesi (1720-1778) had veel kennis van de oude Romeinse architectuur en constateerde dat ook in de navolging van oudere voorbeelden veranderingen optreden en derhalve niets vast te houden is. De ik-figuur in Biezens bundel bewoont tijdelijk in z’n eentje een villa in Bloemendaal en wandelt dagelijks door bossen en duinen, reflecteert in archaïsch taalgebruik op het landschap om hem heen.

Wijde halen van wind,
niets deert het voortgaande vervallen –
zelfs het in de tuin verzakte beeld
wordt soms even overspoeld door koren
van onvermoede vluchten vogels.

Ook de villa is aan bederf ten prooi en zou een opknapbeurt kunnen gebruiken. Het volgende gedicht brengt me in gedachten terug naar het huis van mijn grootouders, maakt me melancholiek:

Huis dat verder sterft:
Het Balinees beeldje grijnst terloops
als Japanse maskers eens aan de muren
tussen vergeelde prenten opgehangen.

Aangestreken viool, aangeslagen vleugel
– Chopin (wellicht) terug van verre reizen,
kil-vreemd in de gloed van bruinkool.

De storm aarzelt –
leven dat ik beween
in deze heilig wordende ruimte
waar het in mijn armen schuilt.

De regelmatig terugkerende verwijzingen naar eenzame dronkenschap vrolijken me nog wat op, maken de ik-figuur in zijn zwartgalligheid nog een beetje sympathiek, maar erg best, ook als je de tijd waarin ze zijn geschreven in ogenschouw neemt, zijn de meeste gedichten niet. Toch is er één zinsnede die bijzonder mooi en veelzeggend is, waaruit iets van Biezens poëtische motieven af te leiden valt en die dit bundeltje toch de moeite waard maakt:

in hunkering / […] naar sluimerende heiligheid

Het oog van Piranesi, Jan Biezen, Nijgh & Van Ditmar, 1984, ISBN 9023656016.

Gepubliceerd door

tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s