Daarbuiten is er enkel wat er is

‘Hoe het begint’ – Remco Ekkers

Haakgedicht (1) – Bespreking van een gedicht waar ik om wat voor reden dan ook achter bleef haken

HOE HET BEGINT

Hoe het begint en hoe het eindigt
de rode lucht en daarvóór in zwart
de lijnen van zijn hand: het probeert
een tekening te maken van zijn
werkelijkheid, die de onze wordt
maar die we maar niet kunnen
begrijpen in het licht van de dag.

Het is de schilder van brekende kleuren
en wij zijn zijn ogen, sprakeloos
zien wij alles groeien en verdwijnen
denken steeds macht over zijn wereld
te krijgen tot we begrijpen dat
de avond valt in rood met zwarte lijnen.

Remco Ekkers (1941) publiceerde z’n eerste bundel toen ik net afscheid van de middelbare school had genomen. Hij was toentertijd 38. Nu, terwijl ik richting 57 schuif, heeft Ekkers inmiddels meer dan twintig dichtbundels op zijn naam staan en is tot het vaderlandse poëziemeubilair gaan behoren. Omdat ik desondanks nog maar betrekkelijk weinig van hem heb gelezen, nam ik vorige week zijn bundel Pinksterbloemen in september (Uitgeverij kleine Uil, 2010) uit de bibliotheek mee naar huis. Bij het openingsgedicht blijf ik meteen haken: Wat probeert Ekkers me hier duidelijk te maken? Het lijkt een ‘poëticaal’ gedicht waarin de dichter een poëtica verkondigt, een ambachtelijke opvatting over poëzie, over zijn werkwijze en/of wat poëzie is, doet of zou moeten doen. Maar is dat ook zo?

Het gedicht vangt raadselachtig aan. Ekkers confronteert de lezer in de titel en in de eerste en derde regel van het gedicht viermaal met het woordje ‘het’ zonder direct een duidelijke hint te geven waar dat dan naar verwijst: Hoe begint en eindigt er wat? Wie of wat probeert een tekening van zijn werkelijkheid te maken? Hebben we het hier telkens over dezelfde ‘het’? Terwijl ik me nog afvraag of het misschien refereert aan ‘gedicht’ – het gedicht dat begint en eindigt, dat de werkelijkheid verbeeldt – geeft de eerste regel van de tweede strofe mogelijk een clou: ‘Het is de schilder van brekende kleuren’. Een schilder dus. Wat hier synoniem met dichter zou kunnen zijn. Een schilder of dichter die met schilderen of dichten begint en ook weer eindigt, die in zijn schilderij of gedicht probeert een tekening, een schets van de werkelijkheid te maken.

Als ik nu de eerste strofe opnieuw lees, duikt het silhouet van een kunstenaar op, die tegen een rode lucht een kunstwerk van de hem omringende werkelijkheid maakt, een werkelijkheid die wij, zijn publiek, geheel in postmoderne stijl, niet kunnen begrijpen, bevatten, zien in het licht van de dag, omdat de werkelijkheid niet ‘out there’ is, maar alleen in (verf)taal bestaat. Zoiets.

In de tweede strofe worden de zaken er niet eenvoudiger op. Het is een dwingende strofe waarin Ekkers de vergankelijkheid uitdrukkelijk omschrijft – ‘brekende kleuren’, ‘sprakeloos zien wij alles groeien en verdwijnen’ – en ons, lezers, een worst voorhoudt: áls ‘we begrijpen dat de avond valt in rood met zwarte lijnen’, dán hoeven we niet langer [steeds] te ‘denken [steeds] macht over zijn wereld [die van de schilder, dichter] te krijgen’. Door de explicitering van de vergankelijkheid in deze tweede strofe, krijgen titel en eerste regel van het gedicht een nieuwe lading mee: ook zij zouden naar de vergankelijkheid kunnen verwijzen – ‘Hoe het begint en hoe het eindigt’ – en ‘het’ zou dan op ‘het leven’ kunnen slaan. In deze denktrant zou in ‘de schilder van brekende kleuren’ ook God de Schepper kunnen worden gelezen.

Het duizelt me. Te veel interpretaties. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het Ekkers daar ook om te doen is geweest. Wij mensen/kijkers/lezers zijn de ogen van God de Schepper/de schilder/de dichter en zonder ons zien, voltooit geen enkele schepping zich. Maar op het groeien en verdwijnen, beginnen en eindigen van al wat is, hebben we geen antwoord: oog in oog met de vergankelijkheid zijn we sprakeloos. De vergankelijkheid is eigen aan alle dingen en laat zich niet beteugelen. Alles is voortdurend aan verandering onderhevig. Alleen in het nu zijn de dingen zoals ze zijn, valt de avond ‘in rood met zwarte lijnen.’ En op een schilderij of in een gedicht natuurlijk.

In dit gedicht van Ekkers, dat bij zekere lezing poëticaal te noemen is, hangt alles met alles samen, verwijzen zaken voortdurend naar elkaar; het is voor velerlei uitleg vatbaar, multi-interpretabel. Dat wil zeggen: in ons denken, in onze geest. Daarbuiten is er enkel wat er is. Ik ben van dit gedicht gaan houden.

(Dit bericht verscheen eerder, op 11-10-2015, op ollauogalanestas.tumblr.com.)

Gepubliceerd door

tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s