De geademde noodzaak

8 januari. Jan Pollet schreef een alleraardigste en rake recensie van Mijn poëzie: ‘Er is iets vreemds cerebraals aan het werk in de poëzie van Van ’t Hof. Je kan het volgen maar je kan het niet zelf resumeren of reproduceren. Bizar.’

9 januari. Bij het opschonen van mijn archieven kwam ik deze oude, nog niet eerder gepubliceerde notitie/vertaling tegen: In zijn gedicht ‘”A”‘ omschrijft Louis Zukofsky (1904-1978) het wezen van de poëzie als volgt:

Zo komt: eerst, vorm
De schepping –
Een mist van de aarde,
Het hele grondoppervlak:
Dan ritme –
De geademde noodzaak;
Dan stijl –
Die van het oog zijn functie neemt –
‘Smaak’ zeggen we – een sterveling.
Eerst teken; dan lettergrepen,
Dan letters. Ratio na
Ogen, verhaal in klank. Eerst dans. Dan
Stem. Eerst lichaam – om te tonen en pulseren
Tegelijkertijd.

’t Is maar dat u het weet: Poëzie is voor mij géén gelegenheidsdingetje noch een demonstratie van mijn maatgevoel of welk ander parool dan ook voor een halve toewijding. Mijn bundels vormen een reeks, van een leven in feite, dat alleen gestalte kan worden gegeven of worden ervaren in die totaliteit.

(Dit bericht verscheen eerder, op 09-01-2014, op 1hundred1.tumblr.com.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s