Alles tonen

‘Tijdens het schrijven van een pastiche van David Bromige’s gedicht ‘My Poetry’ (My Poetry, The Figures, Californië, 1980) stuit ik op een artikel van Laurens Ham, dat vorig jaar is gepubliceerd in De Revisor en dat ik nog niet had gelezen: ‘Mijn pen en mijn stem. Over de politiek van het lichaam in de poëzie’. Ik figureer erin, naast andere schrijvers van conceptuele gedichten als Xavier Roelens, Jeroen Mettes, Rozalie Hirs en Arjen Duinker: onze poëzie ‘lijkt lastig of zelfs onleesbaar, maar dat komt [volgens Ham] voort uit een radicale drang om álles te tonen.’

‘Hun boeken imponeren de lezer, vaak alleen al door hun omvang. Hier is handwerk geleverd, de dichters hebben er urenlange lichamelijke arbeid in moeten steken. Bovenal zijn het bundels die op hun eigen manier politiek zijn. Opnieuw […] zijn ze dat niet doordat de gedichten partijpolitiek bedrijven of plompverloren meningen verwoorden. Ze zijn het in de betekenis die de hedendaagse Franse filosoof Jacques Rancière aan “politiek” geeft. Hij denkt dat de democratische kracht van het hedendaagse kunstwerk gelegen is in zijn vermogen om álles aan de orde te stellen. Terwijl voormoderne kunst hiërarchisch was geordend (de klucht beschreef “lagere genoegens” en was er voor het volk, de tragedie en het epos gingen over het goddelijke en bedienden de hogere klasse) wordt de kunst in de negentiende eeuw volgens Rancière egalitair en (dus) modern. De realistische roman, het hybride genre bij uitstek waarin het alledaagse leven wordt beschreven, wordt door Rancière niet voor niets als vaandeldrager van de moderne literatuur beschouwd. Het is alsof de hedendaagse conceptuele dichters aanhaken bij die democratiserende, “prozaïsche” tendens.’

Die radicale drang om álles – ‘de onuitputtelijkheid en complexiteit van de wereld waarin we leven’ – te tonen, herken ik wel. Ik zit nog wat te puzzelen over de geopperde correlatie tussen een neiging tot conceptualisering en die om allesomvattend te willen schrijven. Omdat ‘alles’ alleen maar denkbeeldig tegemoet kan worden getreden?

‘In contrast to expressive models of poetry, conceptualism elevates the concept behind a work and the labor required to produce it over its semantic meaning or emotional content.’ –The Princeton Encyclopedia of Poetry and Poetics, 4e editie, 2012

Ik vraag me de laatste tijd regelmatig af welke onsterfelijkheid ik me toe zou kunnen schrijven door alles wat ik zie, hoor, zeg, doe en voel vast te leggen. Wat onzinnig lijkt. Onbenullig ook. En toch. Het slotgedicht uit mijn laatste bundel, Ingangspunt, die kernachtig en van emotionele, persoonlijke aard is, luidt zo:

TUSSEN OOST EN WEST

Ik maak hoe dan ook af
wat ik begonnen ben, dat is,

mijn leven,

en heb dus iets wat niemand mij ontvreemden kan:

een melancholische, nutteloze

toereikendheid.

(Dit bericht verscheen eerder, op 05-09-2013, op 1hundred1.tumblr.com.)

Gepubliceerd door

tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s