Tweede soort

Uit de romantiek ontspruiten twee soorten dichters, volgens Oren Izenberg in Being Numerous – Poetry and the Ground of Social Life (Princeton University Press, 2011). Voor de eerste soort is het gedicht als kunstobject het einddoel: ‘the poet whose primary constructive investments are in the making of the poem.’ Voor de tweede is het gedicht een middel ‘to reground personhood’. Voor deze laatste dichter geeft het gedicht vorm aan het concept van de persoon, dat wezen dat kan denken, praten en gedichten maken. Voor hem heeft het radicale falen van de twintigste eeuw in het eerbiedigen van de persoon de poëzie een ‘reconstructief filosofisch gebod’ opgelegd dat uitstijgt boven elk gebod dat aan de kunst is uitgevaardigd. Deze dichter gedraagt zich zelfs vijandig jegens de kunst. Zijn gedichten zijn vaak in verschillende opzichten stil, vreemd, defect, komen niet tegemoet aan de genoegens die men verwacht en eist van goed gemaakte dingen. Zijn gedichten zijn non-gedichten: wat de dichter voorheeft met poëzie is niet altijd het gedicht. Ik behoor tot de tweede soort.

(Dit bericht verscheen eerder, op 25-06-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)

Gepubliceerd door

tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s