Het gedicht als revolutionaire gebeurtenis (17)

Eerder schreef ik: vanuit een bezielende houding verwachten Harmens en Pfeijffer ‘van de literatuur niet dat zij oplossingen biedt, maar wel dat zij de wereld verandert.’ Dit is een functionele eis: literatuur als vehikel of drager van verandering. Hieruit spreekt een geloof in de mogelijkheden van de kunst, een vertrouwen in haar relevantie. Wat ontbreekt in Harmens’ en Pfeijffers pamflet is het hoe: op welke wijze zou literatuur haar functie als vehikel van verandering dan kunnen uitoefenen? Aan welke specificaties moet zij voldoen? In essentie zijn dit vragen naar vorm.

Voor Badiou is vorm ‘wat de kunstzinnige daad aan nieuw denken mogelijk maakt.’ Kunst dient de mens ‘tot enige buitensporigheid tegenover zichzelf’ te dwingen.

Buitensporigheid = breken met ‘wat er is’ = doorbreken van de gelederen van de Symbolische Orde.

Poëzie waarin

‘een generieke “sensitieve” lyrische spreker een facet van zijn of haar wereld overpeinst en daar opmerkingen over maakt, het heden met het verleden vergelijkt, een aantal verborgen emoties openbaart of tot een nieuw begrip van de situatie komt, en waarin de taal meestal concreet en gemeenzaam is, ironie aanwezig en metaforen talrijk, de syntaxis eenvoudig, het ritme gedempt, ingetogen,’

leidt vandaag de dag niet of nauwelijks meer tot buitensporigheid.

(Dit bericht verscheen eerder, op 06-05-2011, op 1hundred1.blogspot.nl.)

Gepubliceerd door

tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s