Paul Claes en het onberegelbare

Ik vernam daar (in zijn rubriek Serendipity, Poëziekrant nr. 4, 2010) dat Paul Claes iets heeft gevonden wat hij helemaal niet zocht, met behulp van och ach toeval en intelligentie – want dat betekent serendipiteit – en wel dat hij tegen ontregeling is. Het is Claes zomaar overkomen, onvoorzien, zonder dat hij er nog op gerekend had, maar nú is hij tegen ontregeling.

Dat is mooi, dacht ik, iemand die anti verwarring is en van orde en regelmaat houdt – niks mis mee. Totdat ik zijn stukje niet één-, niet twee-, niet drie- maar wel víermaal gelezen had en er nog altijd geen snars van begreep! Fijn dat Claes nú in evenwicht verkeerd, maar door zijn geleuter ben ík van het slappe koord gesodemieterd. Zijn stukje luidt als volgt:

‘De term “ontregeling” stamt uit de “Lettre du Voyant” (1871) van Arthur Rimbaud. Met “le dérèglement des sens” doelde hij op een vrij simpele stijlfiguur: de synesthesie, het verbinden van verschillende zintuigsferen. Voor Rimbaud ging het om een “dérèglement raisonné”: een beredeneerde ontregeling.

‘Vandaag de dag is de term een lege formule die critici ervan ontslaat de stijl van dichters precies te beschrijven. De cirkel is rond wanneer de dichters Lucebert en H.H. ter Balkt hun critici napraten en het onberegelbare tot regel maken.

‘Ik begrijp deze extase voor ontregeling niet. Sinds een eeuw holt de avant-garde zich voorbij in steeds vluchtiger modes. Niemand ontsnapt aan de paradoxen van de ontregeling. Wat valt er nog te ontregelen als er geen regels meer zijn? Wie van ontregeling een regel maakt, is als de nar die niemand nog au sérieux kan nemen.’

Paul Claes

Claes is tégen dichters die ontregelen, poëzie schrijven waarvan de lezer zegt: ik snap er geen jota van! Alle lezers? De doorsneelezer of alleen Paul Claes? Ik weet het niet.

Enfin. Klaas duikt de historie in en komt met Rimbaud op de proppen: die zou als eerste de term ontregeling hebben gebruikt met betrekking tot de poëzie. En volgens Claes ging het Rimbaud niet zomaar om een ontregeling, maar om een ‘beredeneerde ontregeling’, eentje die verstandelijk verklaard is, dus. Nou Claes, soms kennen we de diepere oorzaak van een gevolg niet. En dat hebben we dan maar te aanvaarden. Misschien bedoel je hier een opzettelijke ontregeling, maar zeg dat dan. Dichters die de lezer per abuis confuus maken, zijn slechte dichters, en daar houd ook ik niet van.

Dan stelt Claes dat ‘vandaag de dag de term [ontregeling] een lege formule [is] die critici ervan ontslaat de stijl van dichters precies te beschrijven’. Ik sta perplex. Ontregeling een ‘lege formule’? Probeer je te zeggen dat ontregeling niet meer werkt? Of dat een gedicht dat beoogt te ontregelen, niets bevat? Althans, niet wat jij verwacht? En dat dit critici ontslaat (van hun plicht?) om de stijl van dichters precies te omschrijven? Waar gaat dit over? Gezwam is het! En hoezo is ‘de cirkel rond wanneer de dichters Lucebert en H.H. Ter Balkt hun critici napraten en het onberegelbare tot regel maken’? Welke cirkel? En wie papegaait nu wie? Want dat blijkt niet uit je voorbeelden. En wat is dat, ‘het onberegelbare’? Dat wat niet regelbaar is? Maar daar hebben we het toch helemaal niet over! Jíj zou versteld moeten worden: de knop op uit!

Dan volgt de apotheose. Claes beweert dat ‘niemand ontsnapt aan de paradoxen van de ontregeling’ – ik bedoel maar. Mijn god. Welke paradoxen? Oh, hij lijkt er in de volgende zin eentje te willen geven: ‘Wat valt er nog te ontregelen als er geen regels meer zijn’? Pats boem. Van mijn stoel. Er zijn géén regels meer! Óf moet ik de nadruk leggen op ‘als’? Als er geen regels meer zouden zijn? Opnieuw weet ik het niet en blijf ontredderd achter. Van het slotakkoord word ik zelfs hoteldebotel: ‘Wie van ontregeling een regel maakt, is als de nar die niemand nog au sérieux kan nemen.’ Er is dus tóch nog een regel. En wie die naleeft is een nar, een dwaas. Aan wat hij of zij zegt, moet je maar geen waarde hechten. Aan wie? Aan Klaas!

Circa 150 Nederlandstalige poëziebundels per jaar, waarvan het overgrote deel verzorgde, gefinetunede, bevattelijke, doorzichtige, grijpbare, heldere, inzichtelijke poëzie bevat – zoals Paul Claes die schrijft – dát is de regel. Prima hoor. Ben ik niet op tegen. Soms geniet ik ervan. Maar ik houd ook van poëzie die me, vooruit dan, ontregelt. Die niet een-twee-drie verzorgd, gefinetuned, bevattelijk, doorzichtig, grijpbaar, helder, inzichtelijk is. Die specifiek taal als onderwerp heeft, de werking ervan onderzoekt, in welke experimentele vorm dan ook. Die me eerder aanzet tot nadenken dan in vervoering meesleept. Lijkt me ook m’n goed recht.

Ik heb wel een hekel aan frutselwerk, beuzelarij, aan onopzettelijke ontregeling, wat het stukje van Paul Claes is, denk ik, en waaruit ik slechts een gefrustreerde dichter kan losmaken, die teleurgesteld is in de lauwe reacties op zijn eigen werk heden ten dage.

(Dit bericht verscheen eerder, op 24-07-2010, op 1hundred1.blogspot.nl.)

Gepubliceerd door

tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s