Specialisatie binnen het poëzieveld

‘Simpelweg: niemand weet wat er gaande is,’ zegt Craig Dworkin in The Consequence of Innovation: 21st Century Poetics (Roof Books, 2008). ‘Er zijn geen experts in hedendaagse poëzie, er is geen mens met een volledig overzicht over het poëzieveld of het scala van huidige trends daarin.’ Hij komt tot deze conclusie op basis van het aantal poëziepublicaties dat momenteel jaarlijks op de Amerikaanse markt verschijnt, geschat tussen de vijf en tienduizend, en dan nog alle online publicaties, waarvan hij geen idee heeft hoeveel dat er zijn. Een implicatie hiervan is een gebrek aan consensus met betrekking tot kritiek, esthetische waarderingen, canonieke keuzes en zelfs de contouren van het veld: wat is (nog) poëzie en wat niet (meer)?

Dworkin vraagt zich vervolgens af of het gebruik van het paraplubegrip ‘poëzie’ in deze situatie nog wel toereikend is. Tevens betwijfelt hij of de momentane scholing op het gebied van de poëzie – nog altijd gericht op het totale veld, of wat daar in de verschillende opleidingen voor doorgaat – nog wel voldoet:

‘Surveys, broad synoptic claims, arguments based on norms, strong accounts of larger-scalehistorical change, and other modes of inquiry by individual readers based on comprehensive knowledge and global perspectives can no longer be maintained.’

Hij ziet twee alternatieven. Ten eerste: nog verder afstand nemen. Niet langer inzoomen op individuele bundels, maar trachten het veld in kaart te brengen en te modelleren. De focus bij deze benadering ligt niet op het produceren van nieuwe data, maar op nieuwe wijzen van toegankelijk maken, ordenen en tonen van reeds verzamelde data. Het tweede alternatief komt neer op het opbouwen van niche expertise, die bijvoorbeeld lokaal gericht kan zijn of op een specifieke categorie poëzie. Binnen het proza komen we dit al tegen, denk aan kenners van science fiction of thrillers:

‘Instead of being organized around common texts, discussions of poetry would have to cohere around a common interest in the critical arguments that can be made about poems, around a commitment to speak to the contemporary. […] The character of critical conversations thus transforms from more public to more private discourses, from continuous dialogue toward a series of discrete monologues, from the mode of debate toward the mode of manifesto.’

Interessante gedachten. Ook in Nederland en Vlaanderen is het aantal poëziepublicaties, zowel off- als online, de laatste jaren flink gestegen. Ook hier is het intussen vrijwel onmogelijk geworden om een totaaloverzicht te verkrijgen en te behouden. En het geharrewar over wat (goede) poëzie is en wat niet, is tegenwoordig niet van de lucht. Ik ga helemaal mee met Dworkin als hij zegt: ‘The dream of a common text has long been lost to poetry.’ Willen we in de toekomst ook nog zinnig over poëzie kunnen spreken, dan lijkt specialisatie op subterreinen binnen het poëzieveld noodzakelijk.

(Dit bericht verscheen eerder, op 20-02-2010, op 1hundred1.blogspot.nl.)

Gepubliceerd door

tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s