Lees maar, er staat niet wat er staat

Over flarf en moralisme

In het nieuwste nummer van Parmentier (november 2009) bespreekt Laurens Ham Flarf, een bloemlezing (Uitgeverij De Contrabas, 2009). Hij eindigt zijn interessante essay met de woorden:

‘Maar waar Gerrit Krol met APPI nog nauwelijks politieke bedoelingen had, laat de flarfdichter zien welke rol de computer zou kunnen spelen in het onderzoeken van hedendaagse discoursen en schrifturen.’

Ik onderschrijf dat. Mijn lange flarfgedicht ‘nederland is groot’ (uit Je komt er wel bovenop, 2007) zou hierbij als een voorbeeld kunnen gelden. In dit gedicht heb ik bijna alle door Google opgehoeste zoekresultaten van de zoekopdracht ‘nederland is groot’ vrijwel ongewijzigd verwerkt. Een fragment:

nederland is groot geworden door immigratie
door invloeden van andere culturen
door de aziaten bruut uit te buiten
door een ruimhartig toelatingsbeleid
door het slimme handelsinstinct en door eigen bedrijven
door de prominente rol van het water en het bouwen van dijken
door de handel in harddrugs, door positief te denken
door denkers, niet door mensen die achter een mannetje met een iq van 80 (bush) aanrennen
door windenergie en dreigt nu te stikken in regelzucht van overheden

Een gedachte waarop Hams eindconclusie overigens leunt, is de volgende:

‘Het belangrijkste morele statement van flarf is dat het geen (expliciet) moreel statement kan maken.’

Ik geloof niet dat dit juist is. Flarfdichters maken uit de voorgeschotelde zoekresultaten eerder keuzes op grond van voorkeur dan willekeur. Daarnaast heeft Dan Hoy in zijn essay ‘The Virtual Dependency of the Post-Avant and the Problematics of Flarf: What Happens when Poets Spend Too Much Time Fucking Around on the Internet’ (Jacket Magazine nummer 29) het algoritme van Google aan de kaak gesteld en flarfdichters zelfs kapitalistische praktijken verweten.

Als er uit een flarfgedicht geen ‘moreel statement’ opklinkt, dan zou dat ook kunnen komen omdat de dichter hiertoe heeft besloten.

Alhoewel ik dacht dat het moralisme al sinds Rimbaud uit de poëzie is verdwenen, wordt er in de discussies rond flarf weer regelmatig met het begrip gerammeld. Ik begrijp dat wel. Aanstootgevende flarfgedichten wakkeren dit rammelen aan. Het dispuut rond Michael Magee’s gedicht ‘Their Guys, Their Asian Glittering Guys, Are Gay’, waarin hij door sommigen van homofobie en racisme wordt beticht, draait om de vraag waarom hij geen standpunt heeft ingenomen, dat wil zeggen het ‘kwaad’ in zijn gedicht niet heeft veroordeeld.

David Wolach noemt dit (vermeende) achterwege blijven van een oordeel in flarfgedichten in een recent bericht op zijn blog: ‘a political naivete’.

Laat ik tot slot van deze losse notitie enkele uitspraken doen met als doel om de discussie over moralisme en flarf (waar ik zelf ook nog niet uit ben) verder vorm te geven:

  • Het overgrote deel van de flarfgedichten is niet of nauwelijks aanstootgevend.
  • Voor het deel dat dat wel is, vraag ik me af of het de dichter is die een moreel oordeel zou moeten vellen of dat de lezer dat zou moeten doen.
  • Flarfgedichten zijn niet objectief.
  • En ook voor flarfgedichten kan gelden: ‘Lees maar, er staat niet wat er staat.’ Oftewel (ooit het motto van dit blog): ‘How our “unwillingness to see” is becoming more powerful now than ever before.’

(Dit bericht verscheen eerder, op 06-12-2009, op 1hundred1.blogspot.nl.)

Gepubliceerd door

tonvanthof

Dichter & blogger o.a.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s